home
    
      home > algemeen > flightsergeant Bob Smudge Coles
   

FLIGHTSERGEANT BOB 'SMUDGE' COLES

Stalag 357's artist-in-residence, Bob 'Smudge' Coles, working on a portrait of Johnny Culpan in the cookhouse (www.pegasus-one.org) Op de achterpagina van NRC van 15 mei 2002 verscheen het onderstaande verhaal over Flightsergeant Bob 'Smudge' Coles.

Zondagmiddag. "mag ik misschien dat gebouw even in?" vraagt het oude baasje in beleefd Engels. Hij wijst op de elektrische schuifdeuren van het voormalige Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, waar ik net uit kom. Het vroegere hospitaal is eind jaren tachtig omgebouwd tot bedrijfspand en biedt onderdak aan tientallen onderneminkjes. Een pasjessysteem heeft dieven niet buiten weten te houden, dus zijn verzoek roept even wantrouwen op.

"Mijn naam is Bob Coles en het is deze week precies 61 jaar geleden", verklaart hij zich nader, "dat ik met aaneengeknoopte lakens ontsnapte vanaf dat balkon daar. Ik zou graag nog een keertje binnen willen kijken. please."
Ontsnapt? Dus in 1941? "Ja, we waren namelijk met onze bommenwerper neergestort. We raakten alle drie gewond. En daarom werden we naar hier overgebracht. Dit was een Luftwaffe-ziekenhuis." Ik haal mijn pasje door de gleuf en we gaan naar binnen. Bob is wel een dief, maar een andere dan ik eventjes dacht.

Wat voor toestel vloog hij? A Blenheim. Dat is ook stomtoevallig. In de kast op mijn very kantoor, vlakbij dat balkon aan het einde van de gang, moet ik een obscuur Brits boekje hebben staan, Blenheim Strike, over luchtaanvallen met dat type vliegtuig boven Nederland. Hij kent het boek. En verdomd als het niet waar is: "Kijk, dat ben ik." Flightsergeant Bob 'Smudge' Coles wijst op een zwart-witfoto onmiskenbaar zichzelf aan.
Die Blenheims, meen ik me te herinneren, die leden toch verschrikkelijke verliezen? "Helemaal waar", zegt hij, "maar ze waren toen all we got."

De bommenwerper had op 7 mei 1941 bij een nachtelijke sweep over de Waddenzee op zoek naar Duitse schepen te laag gevlogen. Het staartwiel had het water geraakt en het toestel was driemaal over de kop gegaan. Toen de drie gewonde bemanningsleden in een rubberbootje probeerden te klauteren, was de bommenlading ook nog eens ontploft. De Duitsers stonden rustig op de dijk te wachten tot de drie mannen aan land kropen.
Ze waren niet eens onvriendelijk geweest. Ze hadden sigaretten gegeven en hen opgelapt in een hospitaal in Leeuwarden. Maar hun verwondingen waren zo ernstig dat ze naar het speciale Luftwaffe-ziekenhuis in de hoofdstad moesten worden overgebracht.

We lopen over de verlaten gang, waarvan alle bezoekers altijd zeggen dat ze het ziekenhuis nog kunnen ruiken. 'Smudge' ruikt het niet alleen, hij wijst naar het imaginaire interieur, "hier was een ziekenzaal. Er lagen ook Duitse gewonden, dus ontsnappen was nogal lastig."
Toen niemand keek, hadden ze geknoopte lakens over het balkonhek gegooid. Hij wijst de buurt in en grinnikt. "we moeten een strange couple zijn geweest, zoals we daar om zes uur 's ochtends door de straten renden. We hadden ziekenhuishemden aan waarop in grote letters 'Wilhelmina Gasthuis' stond. Even buiten Amsterdam verstopte een boer ze in in zijn varkensstal.

"We wilden naar Schiphol om een vliegtuig te stelen. Dus we kropen de volgende ochtend naar de rand van het vliegveld om plannen te maken." Een paar landarbeiders ontdekten de twee piloten die in een greppel het vliegveld observeerden. "Ze kwamen naar ons toe en vroegen of wij soms die ontsnapte Engelse piloten waren." Op dat moment was er iemand aan komen fietsen. Hij vroeg ook al of we die Britse piloten waren. Ook hij zei dat het goed uitkwam. Hij kende namelijk mensen op de ambassade van de Verenigde Staten. Dat land was nog neutraal. De man zou een ambassade-auto halen en die zou ze dan oppikken.
Het liep anders. "Die landarbeiders gebaarden al dat ze de man niet vertrouwden. Nadat hij was weggefietst verscheen de Nederlandse politie die ons inrekende en aan de Duitsers uitleverde.
Ik heb daarna in zeven verschillende kampen gezeten, zegt 'Smudge', waaronder het beruchte Stalag VIIB. Want het onstnappen kon hij niet laten. Nauwelijks twee maanden na het neerstorten voor de Firese kust deed zicht weer een kans voor. "We werden in veewagons vervoerd van een kamp in Oostenrijk naar Duitsland. Bovenop iedere wagon zaten twee soldaten en ook tussen de krijgsgevangenen in was een Duitser geposteerd. Toen de kust vrij was, zijn we met vijf man van de trein gesprongen.
Ze zwierven drie weken rond, aardappelen opgravend en kippen stelend Toen wisten ze in te breken in de Messerschmitt-fabriek bij Regensburg. "Rijen gloednieuwe Me-110's stonden daar geparkeerd. We verscholen ons onder de vleugels. Maar ze waren met staalkabels vastgeklonken, het risico was te groot." 'Smudge' liep een paar dagen later, op weg naar Zwitserland, tegen de lamp.

We lopen terug over de gang. "Begin 1945 wist ik alsnog weg te komen en de Britse linies te bereiken." Hoe ging dat dan? 'Smudge' kijkt op zijn horloge. Als ik dat allemaal wil weten, moet ik hem nog maar eens bellen. Want hij heeft nu een beetje haast gekregen. "Ik moet naar Schiphol", zegt hij. "To catch my plane."

Tekst: Menno Steketee, geplaatst met toestemming van de auteur. Eerst gepubliceerd in NRC van 15 mei 2002.

© 2004 Vereniging van Eigenaren Wilhelminapaviljoen Amsterdam. Laatst bijgewerkt februari 2004.